Oekraïne was al een land in crisis voor de coronapandemie. Corruptie, gebrek aan van vooruitzichten, economische crisis en de oorlog in het oosten van het land hebben ervoor gezorgd dat veel jongere en goed opgeleide mensen het land verlaten. De pandemie heeft de ontberingen alleen maar verergerd. Ook de Kerk is getroffen. Sinds de oorlog heeft Kerk in Nood ruim 1,6 miljoen euro toegezegd waardoor de Kerk haar missie kan blijven vervullen en slachtoffers van de oorlog kan blijven bijstaan.
De oorlog in Oekraïne raakt zowel mensen in de conflictgebieden als daarbuiten. Naast verhalen over de ontberingen die achterblijvers én vluchtelingen moeten doorstaan, vernemen we over priesters die opgepakt en bedreigd worden.






De Kerk in Oekraïne geeft om Viktor en zijn gezin... net als om de vele andere vluchtelingen en armen die geraakt zijn door het conflict in het land. De eerdere spanningen in het oosten van het land en sinds februari 2022 de oorlog, hebben geleid tot een vluchtelingenstroom naar gebieden waar de bevolking zelf al amper kan rondkomen. In een stad als Zaphorizhya zijn tienduizenden mensen van elders gehuisvest. Zonder baan en inkomen en door de hoge gasprijzen, zijn honger en kou hun grootste vijanden.
Katholieken vormen een minderheid van iets minder dan 10% van de totale Oekraïense bevolking van ongeveer 44 miljoen. Kerk in Nood heeft vele religieuze gemeenschappen kunnen helpen in nood met materiële hulp als gevolg van de oorlog. Deze steun was onontbeerlijk, want naast haar apostolaat, biedt de Kerk ook een belangrijke dienst aan de samenleving, met religieuzen die zorgen voor ouderen, zieken, gehandicapten en verwaarloosde kinderen.
“De oorlog in Oekraïne leidt tot veel bekeringen”, vertelt grootaartsbisschop Sviatoslav Shevchuk. Met Kerk in Nood (ACN) sprak hij over de huidige "tijd van pijn én genade", rouw en de missie van priesters als “genezers die zelf gewond zijn.”
De primaat van de Oekraïens-Grieks-Katholieke Kerk bezocht het nationale kantoor van Kerk in Nood in Spanje tijdens de recente bijeenkomst van de Permanente Synode van zijn Kerk in Madrid.
“Dit is de meest betekenisvolle periode van bekering in de recente geschiedenis van onze natie”, aldus de grootaartsbisschop.
Volgens Shevchuk verdedigt Oekraïne de vrede in Europa met eigen bloed. “Dit is geen metafoor, dit is werkelijkheid”, zei hij over het huidige conflict in zijn land.
De oorlog dwingt mensen volgens hem tot diepe vragen. “Waarom? Heeft mijn pijn een betekenis? Is er hoop? Waar is God midden in deze oorlog?”
Volgens de grootaartsbisschop bestaan er buiten het christelijk geloof geen antwoorden op deze vragen. Daarom ziet hij deze tijd niet alleen als een periode van pijn.
Hij noemt de oorlog ook een kairos. Dat is een tijd van genade. “We zien grootschalige bekeringen”, zei hij. Volgens cijfers die Shevchuk deelde, verandert de oorlog ook de religieuze demografie van Oekraïne. Het percentage burgers dat behoort tot traditionele orthodoxe Kerken daalde van 70 procent naar ongeveer 52 procent.
De Grieks-Katholieke Kerk blijft een minderheid. Toch groeide zij volgens Shevchuk van ongeveer 8 procent naar 12 procent van de bevolking.
Shevchuk sprak ook over de pastorale betekenis van deze pijnlijke periode. Volgens hem deelt iedere priester in elke parochie hetzelfde werk.
“We zijn in rouw”, zei hij. “Het doet pijn om elke dag talloze uitvaarten te leiden. Het doet pijn om jonge mensen en kinderen te begraven. Dat eist een zware tol.” Volgens de primaat draagt elke bisschop de pijn van zijn volk in zich. “Die pijn moeten wij delen”, zei hij.
Tegelijk benadrukte hij dat de Kerk mensen kan troosten. Volgens hem zoeken mensen niet altijd wonderen. Zij zoeken vooral nabijheid. Hij noemde dat “het sacrament van de aanwezigheid van de Kerk door de priester”.
Die aanwezigheid wordt nog duidelijker naarmate men dichter bij de frontlinie komt. “Wanneer de staat burgers om veiligheidsredenen beveelt te evacueren, vertrekt de priester altijd als laatste.”
Shevchuk sprak ook over het gebrek aan internationale aandacht voor de oorlog. Het conflict is inmiddels in zijn vierde jaar.
“Het doet ons diep pijn dat de wereld deze oorlog vergeet”, zei hij. “Soms hebben wij het gevoel dat de wereld ons niet begrijpt. Zij begrijpt de omvang van deze tragedie niet.”
Daarna schetste hij de ernst van de situatie. “Er stromen elke dag rivieren van bloed door Oekraïne.”
Ook voor de geestelijkheid blijft de situatie zeer zwaar. Een recente enquête van de Oekraïens-Grieks-Katholieke Kerk laat zien hoe moeilijk priesters leven.
Meer dan de helft van de priesters leeft onder de armoedegrens. Daarnaast zegt 38 procent geen kleding te kunnen kopen. Ook geeft 3 procent aan moeite te hebben om voedsel te kopen.
Toch blijft hun roeping sterk. “92 procent van de ondervraagden zei gelukkig te zijn in de dienst aan ons volk”, zei Shevchuk. “Dat bracht tranen in mijn ogen.”
Volgens hem moeten priesters luisteren, begeleiden en soms eenvoudig zwijgen. “Wat kun je zeggen tegen een moeder die net haar zoon heeft verloren?”
Daarom startte de Oekraïens-Grieks-Katholieke Kerk een doorlopend programma voor vorming en psycho-spirituele rehabilitatie. Kerk in Nood steunt dit programma dat priesters en religieuzen helpt om passende pastorale zorg te bieden.
Volgens Shevchuk zijn zij werkelijk “gewonde genezers”. “Er is in de bisdommen veel vraag naar dit project”, zei hij.
Ondanks de oorlog blijft Shevchuk spreken over hoop. Hij gelooft dat het kwaad niet het laatste woord heeft. “De oorlog zal eindigen, omdat het kwaad niet eeuwig is”, zei hij. “De Heer is eeuwig, en de liefde is eeuwig.”
Daarom roept hij de wereld op om intens te bidden. “Bid vurig dat ons volk wordt bevrijd uit de slavernij van de oorlog.”
Volgens de leider van de Oekraïens-Grieks-Katholieke Kerk blijft hoop zichtbaar in zijn land. “Vandaag is hoop in Oekraïne echt en tastbaar. In Oekraïne bidden wij elke dag om vrede.” Eerder gaf hij aan hoe dankbaar hij u is voor uw nabijheid.
Op dit moment vraagt Kerk in Nood uw betrokkenheid bij zomerkampen in Oekraïne. De Kerk biedt kinderen zo een veilige plek waar zij weer even kind mogen zijn. Ze bidden samen, luisteren naar verhalen uit het Evangelie, spelen, tekenen, wandelen buiten — en langzaam komt er weer ruimte in hun hart. We bevelen deze zomerkampen, plaatsen van genezing, van harte aan in uw gebed. Meer weten of steunen kan via deze actiepagina.
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]

[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]
Terwijl de oorlog in Oekraïne voortduurt en de hoop op een snelle vrede vervaagt, blijft de katholieke Kerk een baken van geloof en hoop. In een indringend gesprek met Kerk in Nood schetst de apostolische nuntius in Oekraïne een beeld van een land dat enerzijds uitgeput is, maar anderzijds een opmerkelijke geestelijke heropleving kent.
Voor de apostolisch nuntius in Oekraïne, aartsbisschop Visvaldas Kulbokas, staat één boodschap centraal. De zending van de Kerk moet in de eerste plaats spiritueel blijven. “Het gebed is de belangrijkste kracht, de belangrijkste bron voor de toekomst,” benadrukt hij. “Zelfs als we ons land verdedigen, maar we hebben het Evangelie niet, dan is dat uiteindelijk een nederlaag. Dan heeft het kwaad gewonnen.”
Die overtuiging leeft breed in Oekraïne. Zo pleitte een religieuze zuster recent bij de overheid om het dagelijkse moment van stilte om 9 uur ’s ochtends om te vormen tot een moment van gebed. Hoewel dit voorstel nog niet is overgenomen, blijft de Kerk aandringen: “We moeten de samenleving eraan herinneren dat gebed essentieel is.”
Ook onder de bevolking groeit dat besef. “Mensen zeggen: alleen God kan dit conflict oplossen. Gebed is ons wapen,” aldus Magda Kaczmarek, die voor Kerk in Nood projecten in het land bezocht.
Opvallend is dat juist in de zwaarst getroffen gebieden mensen massaal op zoek gaan naar God. Priesters melden dat steeds meer mensen, vaak zonder religieuze achtergrond, de weg naar de Kerk vinden.
Een franciscaanse priester in Odessa vertelde hoe hij dagenlang nauwelijks tijd heeft om te eten: “Het is vandaag mijn eerste maaltijd, want de hele dag kwamen mensen langs voor gesprekken. Ze hebben zoveel vragen, zoveel nood aan hoop.”
De nuntius bevestigt dit fenomeen: “Vooral dicht bij de frontlinie groeit het verlangen naar God enorm. Daar, waar de dood nabij is, zoeken mensen naar zin en geloof.”
Hij vertelt het verhaal van een jonge seminarist als illustratie. In 2022 kende deze jongen de Kerk nauwelijks. Maar nadat zijn grootvader tijdens de bezetting toevlucht vond bij een priester, kwam ook hij in contact met het geloof. Vier jaar later volgt hij een priesteropleiding. “Van geen enkel contact met de Kerk naar het seminarie – dat is wat er vandaag gebeurt in Oekraïne.”
De Kerk is niet alleen spiritueel aanwezig, maar ook letterlijk op de frontlinie. Militaire kapelaans begeleiden soldaten onder extreme omstandigheden. “Ze gaan naar plaatsen waar soms maar één of twee soldaten liggen,” vertelt de nuntius. “Hun taak is eenvoudig: blijven. Want zolang zij daar blijven, is het nog Oekraïne.”
Onder levensgevaar vieren priesters daar de Eucharistie. “Op de grond, met één of twee soldaten. Dat zijn de momenten waarop mensen echt gelovig worden.”
Een ander indrukwekkend voorbeeld is een kapelaan die met een omgebouwde auto als mobiele kapel rondtrekt. Soldaten komen er samen om te bidden – een teken van hoop te midden van de chaos.
Na meer dan vier jaar grootschalige oorlog is de vermoeidheid groot. “Ik merk bij mezelf minder energie, minder geduld,” geeft de nuntius eerlijk toe. Nachtelijke bombardementen maken het moeilijk om zelfs maar te slapen.
Toch blijft de veerkracht van de bevolking opmerkelijk. Hij vertelt over een verpleegkundige die in haar appartement leeft bij temperaturen van 8 graden, zonder elektriciteit. “Maar we hebben gas,” zei ze dankbaar. “Mijn dochter komt bij mij, want zij heeft dat niet.”
Een andere moeder noemde het een zegen dat zij onbetaald verlof kon nemen om voor haar kinderen te zorgen, nu de kleuterscholen gesloten zijn. “Dank God, alles is goed,” zei ze.
“Dit is de realiteit,” zegt de nuntius. “Mensen zijn moe, maar ze leren ermee leven.”
Zelfs in de meest schrijnende omstandigheden blijft hoop zichtbaar. In Kharkov bijvoorbeeld volgen kinderen les in een ondergrondse school, terwijl boven hen raketten inslaan. Een hoge VN-functionaris die de school bezocht, vertelde: “Het is de eerste keer in mijn leven dat ik kinderen zie die zo gelukkig zijn om naar school te gaan – zelfs tijdens bombardementen.”
In deze context blijft de steun van organisaties als Kerk in Nood van levensbelang. Zo steunen weldoeners van Kerk in Nood onder meer moedige zusters om hun werk voort te zetten. Toch waarschuwt de nuntius voor een valkuil: “Blijf vooral pastoraal. Er zijn veel organisaties die brood kunnen geven, maar wie geeft het brood voor de ziel?”
Hij benadrukt dat de Kerk haar identiteit niet mag verliezen in puur humanitair werk. “Laat de Kerk Kerk zijn, priesters priesters, religieuzen religieuzen.”
Ondanks alle inspanningen ziet de nuntius voorlopig weinig perspectief op vrede. “Menselijk gezien zie ik geen realistische mogelijkheden,” zegt hij. “De eisen die gesteld worden, zijn geen echte basis voor onderhandelingen.”
Toch blijft de Heilige Stoel zich inzetten, vooral voor de vrijlating van burgergevangenen en ontvoerde kinderen – een stille maar cruciale diplomatieke missie.
Aan het einde van het gesprek klinkt een evangelische boodschap van hoop. De nuntius verwijst naar de woorden van Christus: “Wie tot Mij komt, zal Ik niet afwijzen.”
In een land dat getekend is door oorlog, blijft dat vertrouwen de kern van alles. “Wij zijn God dankbaar,” besluit hij. “En wij blijven bidden. Want uiteindelijk ligt onze toekomst in Zijn handen.”
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]

Voor veel mensen begon de oorlog in Oekraïne in 2022 met de grootschalige Russische invasie. Maar in het oosten van het land leven gelovigen al sinds 2014 in een voortdurende staat van conflict. ulpbisschop Jan Sobilo van het bisdom Charkiv-Zaporizja (Latijnse ritus) bezocht recent het internationale internationale kantoor van Kerk in Nood (ACN). Hij sprak openhartig over de situatie in zijn bisdom, waarvan delen onder bezetting staan. “Zonder uw hulp zouden wij zelf vluchtelingen zijn,” vertelt hij. “Dankzij de weldoeners van Kerk in Nood kunnen wij blijven. Wij kunnen het Evangelie blijven verkondigen.”
Meerdere grote steden in het bisdom zijn bezet gebied. Priesters konden daar niet blijven. Tegelijkertijd groeiden andere parochies sterk door de toestroom van vluchtelingen uit bezette regio’s. De meesten kwamen met lege handen. Velen hadden weinig of geen band met het geloof. Toch vonden zij in de Kerk een thuis. “Sommigen kennen God niet, maar voelen in hun hart dat ze iets nodig hebben. Ze vinden het in onze gemeenschap. Wanneer wij brood uitdelen, zeggen mensen: ‘U gaf ons niet alleen brood, maar ook een glimp van God.’”
Dankzij de steun van Kerk in Nood ontvingen duizenden mensen voedsel, pastorale zorg, brandstof, voertuigen en basisvoorzieningen. Het gaat niet om abstracte projecten, maar om concrete mensen met namen en verhalen.
Opmerkelijk is dat het geloof in Oekraïne niet afneemt, maar juist groeit. Volgens Grootaartsbisschop Sviatoslav Shevchuk van de Oekraïense Grieks-Katholieke Kerk is het percentage gelovigen in recente jaren gestegen van 8 naar 12 procent van de bevolking. Ook in het oosten ziet bisschop Sobilo een vergelijkbare ontwikkeling binnen de Latijnse Kerk. Momenteel bereiden 40 volwassenen zich voor om met Pasen in de Kerk te worden opgenomen. “Ik ken niemand die zijn geloof verloren heeft. Een officier zei mij ooit: ‘Aan het front zijn geen atheïsten.’”
Het bisschoppelijk centrum ligt op slechts 15 kilometer van de frontlinie. Luchtaanvallen en sirenes zijn dagelijkse realiteit. Mensen gaan vaak niet meer naar schuilkelders. “Ze zeggen: we willen niet alleen overleven, maar ook leven,” aldus de bisschop. Het zwaarst zijn de begrafenissen van jonge mannen. Moeders die hun zonen verliezen. Soms wordt het lichaam nooit teruggevonden. Deze pijn maakt mensen bewust van de kwetsbaarheid van het leven. “Je weet nooit wanneer jouw tijd komt. Daarom moedigen wij mensen aan regelmatig te biechten en zich voor te bereiden op de sacramenten.”
Aan de vooravond van de herdenking van de invasie heeft paus Paus Leo XIV publiekelijk gebeden voor het zwaar beproefde volk van Oekraïne. Hij riep de internationale gemeenschap op om de lijdende bevolking niet te vergeten en benadrukte dat gebed en solidariteit essentieel blijven.
Zijn oproep onderstreept wat de Kerk ter plaatse dagelijks ervaart: achter geopolitieke analyses gaan concrete mensenlevens schuil. De pauselijke steun is voor veel Oekraïense gelovigen een krachtig teken dat zij niet vergeten zijn.
Hoewel bisschop Sobilo weinig vertrouwen heeft in politieke strategieën, blijft zijn hoop geworteld in Gods voorzienigheid. “Ik twijfel er niet aan dat God een plan heeft met Oekraïne. Misschien zien wij het nog niet. Misschien zal het ons verrassen. Maar Hij is ons niet vergeten.” Terwijl de Kerk zich voorbereidt op Pasen, blijft de hoop op vrede levend. Dat de strijd in Oekraïne voor een groot deel geestelijk is, blijkt ook uit dit artikel. en uit ons dossier over Oekraïne.
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]
Pater Lucas Perozzi is al 22 jaar missionaris in Oekraïne. Hij komt oorspronkelijk uit Brazilië en is onlangs verhuisd van Kiev naar het kleine stadje Bila Tserkva, ongeveer 100 kilometer van hoofdstad Kiev. Hij was gewend aan het luchtalarm in de grote stad, maar zijn eerste nacht op zijn nieuwe post was er een om nooit te vergeten. Een interview over de kwetsbaarheid van het leven.
“Op mijn eerste dag was er een raketaanval, een grote. Het grote verschil met Kiev was dat in de hoofdstad de meeste raketten werden onderschept. Omdat Bila Tserkva niet over dezelfde luchtverdedigingssystemen beschikt, raakten ze allemaal hun doelwit. Een gebouw van vier verdiepingen stortte in, twee mensen kwamen om het leven en acht raakten gewond, en verschillende andere huizen raakten beschadigd”, legt hij uit.
Net als in andere delen van Oekraïne is de oorlog in ieders gedachten en is de dood een constante metgezel. “Elke dag horen we dat er soldaten zijn omgekomen in de oorlog, en elke dag is er wel een begrafenis in de buurt. We worden elke dag geconfronteerd met de dood”, zegt pater Lucas.
Nu de temperaturen in Oekraïne snel dalen, zijn luchtaanvallen vaak gericht op energiesystemen. “We hebben elke dag stroomuitval. Soms vieren we de mis bij kaarslicht of met een zaklamp op batterijen, als die is opgeladen. De elektriciteit wordt om 4 uur 's ochtends uitgeschakeld en pas rond 5 uur 's middags weer ingeschakeld”, vertelt hij aan Kerk in Nood (ACN).
“Soms hebben we elektriciteit, soms niet; soms hebben we water, soms niet; soms hebben we voedsel, soms lijden we honger”, geeft de priester toe. “De prijzen stijgen en de mensen weten niet wat ze moeten doen. Het is een wonder dat de mensen überhaupt kunnen leven, vooral de vluchtelingen uit het oosten die hier nu wonen. Ik weet niet hoe ze überhaupt overleven.”
Pater Lucas bedient de kleine katholieke gemeenschap in Bila Tserkva. De gemeenschap komt samen in een prachtige katholieke kerk die ten tijde van de Sovjet-Unie in beslag werd genomen en nooit is teruggegeven. “Nu moeten we huur betalen om te mogen bidden in de kerk die van ons is gestolen. En elk jaar moeten we een overeenkomst met het Ministerie van Cultuur verlengen”, legt pater Lucas uit.
De vorige pastoor begon met de hulp van ACN een nieuw huis te bouwen om de gemeenschap te dienen, maar dat is nog niet af. “Het zal kapellen hebben, ruimtes voor jongerenpastoraat en ook een revalidatiecentrum voor oorlogsveteranen”, zegt de priester.
Te midden van al deze zorgen en moeilijkheden, geeft pater Lucas toe dat hij en zijn gemeenschap maar één wens hebben. “Zelfs als de oorlog eindigt, zullen er problemen blijven bestaan, zullen we te maken krijgen met economische tegenspoed en anarchie in de nasleep van het conflict. Maar het enige wat ik echt wens, is dat God verschijnt in het leven van elke persoon naar wie ik ben gezonden. Ik bid elke dag voor hen, voor mijn parochianen, dat God voor elk van hen geboren mag worden, want ons leven hier is erg kwetsbaar.”
Eerder dankte pater Lucas Perozzi de weldoeners van Kerk in Nood (ACN) voor hun hulp en vertelde hij waarom hij zich juist blijft inzetten voor de verkondiging van het Evangelie.
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]
In Charkiv, een bisdom dat in het oorlogsgebied in Oekraïne ligt, zet de Kerk zich in voor het helen van trauma's bij soldaten en burgers. De bijdragen van weldoeners van Kerk in Nood (ACN) voor training in deze traumazorg en veel andere vormen van hulp is als de hand van God, legt de bisschop van Charkiv uit.
Het leven in het bisdom Charkov, in het oosten van Oekraïne, speelt zich af tegen de constante achtergrond van oorlogsgeluiden. “Er zijn voortdurend drones en raketten. We horen ze elke dag boven ons hoofd. Het ergst zijn de glasvezel-drones, die hebben een bereik van 50 km en schieten op alles wat beweegt en leeft. We leven in spanning”, zegt bisschop Pavlo Honcharuk, de Latijns-katholieke bisschop van Charkov.
Het gezoem van de drones is zo constant dat de bewoners het meest bang worden als ze deze niet meer horen. “Het grootste gevaar voor ons is de stilte. Als het stil is, weten we niet wat er gaat gebeuren”, vertelt de bisschop tijdens zijn bezoek aan het hoofdkantoor van Kerk in Nood (ACN).
De oorlog die volgde op de grootschalige invasie van Oekraïne in 2022 heeft een diepgaande invloed op het leven van iedereen in het land. Vooral wie dicht bij de frontlinie woont, weet dat elke dag de laatste kan zijn.
“We weten dat we alles moeten doen om te overleven. Om te leven, niet om te sterven. We hebben zoveel pijn in ons, maar we weten dat we moeten leven. En dit is ons leven. We leven van dag tot dag. Soms als we elkaar ontmoeten, vragen we: ‘Hoe gaat het met je?’, en het antwoord is gewoon: ‘Ik leef nog.’ En dat is goed.”
Geconfronteerd met een dergelijke realiteit is het niet verwonderlijk dat trauma's wijdverspreid zijn onder zowel soldaten als burgers. Al in een vroeg stadium besefte de Kerk dat zij hieraan moest werken.
“We hebben militaire aalmoezeniers die met de soldaten werken. We zien dat wanneer zij terugkeren naar hun families, zij volledig veranderd zijn. Dit heeft ook gevolgen voor de rest van het gezin. Kerk in Nood heeft ons ondersteund met cursussen over hoe we met trauma's kunnen leren leven en hoe we de wonden kunnen helen. Dit is een heel bijzonder onderdeel van mijn ambt.”
Bisschop Honcharuk benadrukt dat er niet één soort trauma is: “Als we het hebben over mensen die hun huis of hun bezittingen hebben verloren, is dat ook een soort trauma. Krijgsgevangenen die terugkeren, dragen een ander soort trauma en pijn met zich mee. Het is zeer complex. Het is zeer belangrijk om naar de mensen te luisteren en iedereen op een andere manier te helpen.”
“Zelfs ik, als bisschop, en de andere priesters en zusters, krijgen permanente psychologische begeleiding. Dat is erg belangrijk. Want zo leren we helpen om psychologische problemen bij anderen, spanningen en problemen binnen de families, geweld en zelfs zelfmoord, wat ook een groot probleem is, te voorkomen.”
Kerk in Nood ondersteunde de katholieke Kerk in Oekraïne al vóór het begin van de oorlog en heeft haar hulp na de invasie van 2022 uitgebreid. De weldoeners van de katholieke hulporganisatie steunen ook priesters en zusters die zelfs de kleinste parochies blijven bedienen in hun levensonderhoud. Daartoe zijn ook voertuigen aangeschaft, zodat pastoraal werkers hun gemeenschappen kunnen bereiken.
Een van de meest essentiële vormen van hulp zijn generatoren, aangezien het Russische leger vaak het elektriciteitsnetwerk aanvalt, vooral in de winter. “Zonder generatoren hebben we geen verwarming, we kunnen niet zonder die hulp leven!”, zegt de bisschop.
“We weten dat we op Kerk in Nood kunnen vertrouwen en rekenen. Dat is echt heel belangrijk voor ons. Als we hulp nodig hebben, bellen we en Kerk in Nood reageert onmiddellijk. Ik wil alle weldoeners bedanken voor hun gebeden, hun solidariteit en hun financiële steun. Kerk in Nood is een hand van God, die ons helpt ons dagelijks leven door te komen. Dank u wel! U bent bij ons, en door u helpt God ons.”
[spacer height="10px"]
[spacer height="10px"]
[spacer height="0px"]
[spacer height="20px"]
"Ik vraag dat God het werk van Kerk in Nood wil zegenen."

Kerk in Nood
Peperstraat 11-13
5211 KM 's Hertogenbosch
info@kerkinnood.nl
(073) 613 08 20
Telefoonnummer call centre (073) 844 00 22
NL27 ABNA 0503 0402 31
RSIN/ANBI 2865841; KVK 41080169
Contactformulier
Projectaanvragen
Privacybeleid
Stichting Kerk in Nood/Voorheen Oostpriesterhulp Nederland

COPYRIGHT © 2026 ACN NEDERLAND - KERK IN NOOD